Logopedische specialisaties


Dyslexie & Dysorthografie

hulp bij Dyslexie


Dyslexie / dysorthografie is een stoornis waarbij het kind een hardnekkig probleem heeft met technisch lezen en met spelling. Deze stoornis belemmert het vlot leren lezen en kan ook het begrijpend lezen belemmeren. De meeste kinderen met dyslexie leren uiteindelijk wel lezen, maar blijven trager lezen. Ze moeten er meer energie in steken en zijn sneller afgeleid dan de gemiddelde lezer. Dat gaat vaak ten koste van het begrip van wat gelezen is.

Bij een kind met dyslexie gaat het lezen en spellen veel moeizamer dan op grond van zijn/haar intelligentie verwacht mag worden. Kinderen met dyslexie gaan ondanks veel en gericht oefenen (bijna) niet vooruit.

Naar schatting heeft 20% van de basisschoolleerlingen leerproblemen. Hiervan heeft 10% leesproblemen. 5% zou dyslectisch zijn. Dit wil dus zeggen dat in elke klas van de lagere school een kind met dyslexie zit. In 95% van de gevallen komt dyslexie samen voor met dysorthografie, problemen met het spellen.

Dyslexie is niet bij elk kind hetzelfde. Het kan variëren in ernst en bijkomende stoornissen. Sommige leerlingen hebben moeite met hardop lezen, maar kunnen vrij probleemloos eenvoudige teksten stillezen en begrijpen. Andere leerlingen kunnen leesproblemen goed compenseren, maar hebben grote moeite met de spelling.

Een paar feiten op een rij:
• Dyslexie komt voor bij ongeveer 5% van alle kinderen.
• Drie keer zoveel jongens als meisjes hebben dyslexie.
• Bij dyslexie speelt erfelijkheid een grote rol. 

Het is van groot belang om dyslexie vroeg te signaleren. Hoe eerder het kind passend onderwijs krijgt, hoe eerder een goede basis gelegd wordt. Dit kan de ernst van de problemen verminderen en ervoor zorgen dat het kind beter functioneert in de klas.

Er zijn natuurlijk ook een heleboel positieve kenmerken:
• Het zijn creatieve, beeldende of logische denkers.
• Ze kunnen vaak goed het overzicht bewaren. Ze blijven niet hangen in details, maar hechten juist aan het totaalplaatje in hun hoofd.
• Kinderen met dyslexie nemen informatie veel beter op. Als het kind nieuwe kennis heeft verworven, blijft dat ook veel beter hangen.
• Men is heel praktisch ingesteld.

Dyslexie is niet te genezen. Behandelingen en therapieën kunnen het probleem niet voor 100% oplossen, maar ze kunnen wel helpen in het leren omgaan met dyslexie. Een goede behandelmethode sluit zoveel mogelijk aan bij het kind.

Daarom is het goed om de volgende vragen te stellen:
• Wat zijn de sterke kanten van het kind?
• Wat motiveert het kind?
• Welke middelen passen bij het kind? (computers etc.)

Dyscalculie

hulp bij dyscalculie



Dyscalculie is een rekenstoornis, waarbij het kind een hardnekkig probleem heeft met het aanleren en het vlot en nauwkeurig ophalen en toepassen van rekenkennis. Bij een kind met dyscalculie gaat het rekenen veel moeizamer dan op grond van zijn/haar totale intelligentie verwacht mag worden. Dat wil zeggen: de rekenachterstand komt niet overeen met het vermogen tot leren op andere gebieden, zoals lezen.

Enkele feiten:
• Dyscalculie komt voor bij ongeveer 2-4% van alle kinderen.
• Dyscalculie komt zowel bij jongens als bij meisjes voor.
• Bij dyscalculie speelt erfelijkheid een grote rol.
• De comorbiditeit bij dyscalculie is hoog. Dat wil zeggen dat er naast dyscalculie ook vaak sprake is van een andere stoornis, zoals een taalstoornis, een geheugenstoornis, een rijpingsstoornis, een aandachtsstoornis of een visueel-ruimtelijke stoornis. Concrete voorbeelden hiervan zijn dyslexie en ADHD.
• Uit onderzoek blijkt dat er een duidelijke samenhang is tussen dyscalculie en dyslexie.
• Dyscalculie komt ongeveer even vaak voor als dyslexie. Het is belangrijk om dyscalculie vroeg te signaleren. Hoe eerder een kind passend onderwijs krijgt, hoe beter het zich kan ontwikkelen. Dit kan de ernst van de problemen verminderen en ervoor zorgen dat het kind beter functioneert in de klas.

Dyscalculie kan ook een invloed kan hebben bij andere vakken : economie/boekhouden (berekeningen uitvoeren, cijfers correct en op de juiste plaats noteren, …), statistiek (inzicht en berekeningen), aardrijkskunde (interpretatie van kaarten, breedte- en lengtegraad, schaal berekening), wetenschappen en technologische opvoeding (formules en berekeningen, labo-experimenten uitvoeren), technisch tekenen (inzicht in de figuur, correct meten en nauwkeurig werken), muziek (noten lezen, maat en toon houden, ..).

Dyscalculie kan problemen veroorzaken in het dagelijkse leven zoals bij het schatten van tijd en afstand, bij het omgaan met geld (controleren van wisselgeld, budgetteren en plannen van uitgaven), en bij het meten en wegen. Laten we de positieve kant niet vergeten. Kinderen met dyscalculie hebben hun eigen talenten. Vaak zijn deze kinderen creatief en artistiek. Ze kunnen erg vernieuwend zijn. Sommigen blinken juist uit in sport. Het is belangrijk om te letten op de talenten van het kind en een school of beroep te kiezen wat bij het kind past.

Articulatie

hulp bij spraak


We spreken van een articulatiestoornis wanneer kinderen of volwassenen niet of niet meer in staat zijn om de klanken juist uit te spreken of te gebruiken. Articulatie is de beweging van de mond- en keelholte zodat je kan spreken. Deze bewegingen worden gemaakt met de tong, lippen, kaak en gehemelte. We hebben het dus over het niet of verkeerd uitspreken van één of meerdere klanken (letters). Het is belangrijk om deze problemen tijdig aan te pakken i.f.v. foutieve gewoontevorming. Eens een foutieve klank zich ingenesteld heeft in het spontaan spreken, is het voor een kind moeilijk dit te corrigeren.

Kinderen leren deze klanken van jongs af aan vanzelf. Bij sommige kinderen wil dit niet vanzelf lukken en moeten we ze een handje helpen. Kinderen moeten deze klanken nog leren, dus is het heel normaal dat er bij een kind op een bepaalde leeftijd de klanken nog onjuist uitgesproken worden. Wanneer het kind een achterstand vertoont in zijn spraakontwikkeling in vergelijking met zijn leeftijdsgenootjes, is er sprake van een articulatiestoornis. Bij volwassenen kan er sprake zijn van foutieve gewoontevorming, waardoor sommige klanken opnieuw moeten aangeleerd worden.

Een kind kan moeite hebben met het programmeren, afstemmen en controleren van de bewegingen die nodig zijn voor een juiste uitspraak. Het kan ook zijn dat een kind woorden onvolledig uitspreekt. Communiceren verloopt dan moeizamer, want het kind is niet goed te verstaan. Dit kan leiden tot frustratie.

Enkele voorbeelden:
• Bepaalde klanken, delen van woorden of zinnen worden weggelaten.  
• Klanken worden vervangen door andere klanken
• Het spreektempo ligt te hoog.  
• De uitspraak is nasaal.  
• Het niet kunnen uitspreken van bepaalde letters zoals r, sch, ng,…
• Interdentaliteit (tong tussen tanden plaatsen) bij het uitspreken van bepaalde klanken. 
• Het kind is om een andere reden moeilijk te verstaan.

Articulatie

Articulatiestoornissen

Wanneer moet mijn kind een klank kunnen?
Hier vindt u een richtlijn van de leeftijden waarop kinderen klanken correct kunnen articuleren. Uiteraard is dit afhankelijk per kind.

Taalstoornissen

Hulp bij taal



Een taalontwikkelingsstoornis is een stoornis in het leren van taal. De taalontwikkeling van een kind kan vertraagd of afwijkend verlopen. Bij een vertraagde taalontwikkeling begint een kind te laat met het leren van taal, een kind begint bijv. te laat met het maken van zinnen. Bij een afwijkende taalontwikkeling verlopen stukjes van de taalontwikkeling anders dan normaal. Een taalontwikkelingsstoornis kán samengaan met andere stoornissen, zoals (tijdelijke) slechthorendheid, ADHD, autisme, of een algehele ontwikkelingachterstand. Toch is er heel vaak geen duidelijk aanwijsbare reden waarom een kind slecht spreekt.

De problemen kunnen zich uiten op verschillende domeinen:

Taalbegrip
• Het kind begrijpt vaak niet wat er tegen hem gezegd wordt.
• Het kind begrijpt minder woorden dan leeftijdsgenootjes.
• Het kind praat weinig en is soms erg stil.

Taalvorm
• Het kind praat in (voor zijn leeftijd) te korte zinnen.  
• Het kind maakt veel fouten in het vervoegen van werkwoorden en/of zelfstandige naamwoorden. (bijv. verleden tijd en enkelvoud- en meervoudsvormen)
• Het kind praat vaak in 'kromme' zinnen, waarbij bijv. de woordvolgorde niet goed is.
• Het kind praat slecht verstaanbaar (zie ook articulatieproblemen)

Taalinhoud
• Het kind heeft een kleine woordenschat.
• Het kind gebruikt veel dezelfde woorden en/ of vertelt vaak hetzelfde.
• Het kind heeft moeite om op een woord te komen.

Taalgebruik
• Het kind vertelt onsamenhangend.  
• Het kind houdt geen rekening met de voorkennis van jou als luisteraar.
• Het gaat ervan uit dat jij alles snapt wat het kind je vertelt.

Neurologische stoornissen

Bij volwassenen kunnen er na bijvoorbeeld een hersenletsel problemen ontstaan met spraak of taal.

Er is sprake van afasie wanneer het gedeelte van de taalproductie beschadigd is, iemand heeft dan moeite om taal te vormen. Dit varieert van persoon tot persoon. Er kunnen problemen ontstaan met spreken, lezen, schrijven en het begrijpen van taal.

Andere voorbeelden van communicatieproblemen zijn:
• Woordvindingsproblemen: hierbij heeft iemand moeite om op bepaalde woorden te komen.
• Problemen in de non-verbale communicatie: voorbeelden hiervan zijn: te dicht op iemand gaan zitten of geen oogcontact maken met de persoon met wie men spreekt.
• Moeite met het begrijpen van abstracte taal: dit houdt in dat iemand bij abstract taalgebruik mist waar het om gaat en informatie letterlijk neemt in plaats van symbolisch. Hierdoor kan het bijvoorbeeld zijn dat iemand grappen of bepaalde woordspelingen niet meer goed begrijpt.
• Gebruik van vreemde woorden of zinnen.
• Problemen met begrijpen van gesproken en/of geschreven taal. 
• Problemen met spreken, lezen en schrijven.

Dysarthrie kan het gevolg zijn van een beroerte (CVA), een ongeval of een neurlogische aandoening zoals Parkinson, A.L.S of MS. Het is een stoornis in het spreken en niet in de taal. De spraak is aangedaan, omdat door verlamming van de spieren van lippen, tong en/of gehemelte de spraakklanken niet meer goed gevormd kunnen worden. Daardoor kan iemand moeilijk te verstaan zijn.

Kenmerken:
• Een onduidelijke uitspraak. (binnensmonds)
• Een te zachte/hese stem. 
• Eentonig spreken. (monotoon)
• Nasaal spreken. 
• Problemen met kauwen, slikken en speekselcontrole.

Een beroerte zorgt niet alleen voor lichamelijke problemen, zoals stoornissen in beweging of epilepsie, maar heeft vaak ook cognitieve gevolgen. Zo kunnen er ook problemen met de concentratie en de aandacht ontstaan.
Hierbij kunnen de volgende verschijnselen optreden:
• Vertraagde snelheid van informatieverwerking, tragere denksnelheid.
• Moeite om de aandacht vol te houden, om je te concentreren. 
• Problemen met gerichte aandacht
• Problemen met verdeelde aandacht.

Naast voldoende concentratie en aandacht kunnen geven, is het ook van belang dat het geheugen voldoende goed functioneert. Ons geheugen bevat een enorme hoeveelheid informatie over de wereld, over onszelf en over hoe we dingen moeten doen (zoals fietsen of koffie zetten). Om dingen te onthouden zijn drie stappen van belang. Op de eerste plaats komt het opnemen van informatie, waarna deze in de hersenen wordt verwerkt. Hier maken we gebruik van een soort werkgeheugen of het korte-termijn-geheugen. De volgende stap is het beweren van informatie, dit gebeurt in het lange-termijn-geheugen. De laatste stap is dat je de informatie die je hebt opgeslagen ook weer moet kunnen uitdiepen, hierbij speelt herkenning een rol.

Telefoon (Algemeen)

+32 474 86 51 37

Multidisciplinaire praktijk

Zwaantje 36 9940 Sleidinge

Logopediepraktijk

Onderdale 7 9910 Ursel